Aandelen

Een aandeel is een waardepapier dat een aantal rechten met betrekking tot een vennootschap geeft. Alle aandeelhouders samen kunnen economisch gezien als eigenaren van de vennootschap worden beschouwd, hoewel ze dat strikt juridisch gezien niet zijn. Een aandeel geeft zeggenschap in de onderneming en men kan winstuitkeringen in de vorm van dividend ontvangen. Een aandeel kan verhandelbaar zijn op een effectenbeurs, maar dit is niet noodzakelijk.

Aandelenfonds

In deze fondsen zitten aandelen, dat kunnen aandelen zijn van verzekeringsmaatschappijen, multinationals, nieuwe bedrijven etc.

Aankoopkosten

De aankoopkosten zijn de kosten die u betaalt als u een aandeel koopt of een participatie in een beleggingsfonds.

Aanvullend pensioen

Hiermee wordt vaak het ouderdomspensioen bedoeld dat u via uw werkgever opbouwt.

Administratiekosten

Dit zijn de kosten die door een bedrijf worden berekend voor de administratie van uw verzekering.

Algemene nabestaandenwet

De Algemene nabestaanden wet (Anw of ANW) is een Nederlandse volksverzekering die in bepaalde gevallen na een overlijden nabestaanden recht geeft op een uitkering.

Algemene Ouderdomswet (AOW)

De Algemene Ouderdomswet (AOW) regelt in Nederland het verplichte, collectieve ouderdomspensioen dat als algemene basis dient voor Nederlandse ouderdomspensioenen. Verzekerd voor de AOW zijn ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen van Nederland die bepaalde inkomsten in Nederland genieten. De AOW is één van de zogenoemde volksverzekeringen. De Belastingdienst int de premies volksverzekeringen tegelijk met de inkomstenbelasting bij de verzekerden jonger dan de AOW-leeftijd (2012: 65 jaar). De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert de AOW uit aan de verzekerden vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd. De AOW-premieplicht eindigt op de eerste van de betreffende maand.

Alleenstaande

Een alleenstaande (of "modern-Nederlands": single) is iemand die geen partner heeft, alleen woont en in het eigen dagelijks onderhoud voorziet. Soms wordt ook wel het woord alleengaande gebruikt in verband met een eventuele negatieve lading die het woord alleenstaande kan hebben. Een alleenstaande is niet hetzelfde als een eenpersoonshuishouden. Bij eenpersoonshuishoudens of alleenwonenden kan er wel sprake zijn van een relatie. In 2010 had een kwart van de alleenwonenden een relatie. Met name alleenwonende jongeren hebben vaak wel een relatie; van de vrouwen en mannen tussen de 18 en 24 jaar had in 2010 tussen de 40 en 50% een vaste relatie.

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Dit pensioen krijgt u als u jonger dan 65 jaar en arbeidsongeschikt bent. Als u recht heeft op een arbeidsongeschiktheidspensioen, ontvangt u dit pensioen zolang u arbeidsongeschikt bent, maar uiterlijk tot uw 65e. Vanaf uw 65e gaat uw ouderdomspensioen in.

Autoriteit Financiële Markten

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is de Nederlandse gedragstoezichthouder op de financiële markten en bestaat sinds 1 maart 2002. De AFM is de juridische rechtsopvolger van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE). Zij is gevestigd aan de Vijzelgracht in Amsterdam en houdt toezicht op het gedrag van participanten in de financiële markten, waaronder: financiële dienstverleners, beurzen, bemiddelaars, accountants.

Banksparen

Banksparen is een vorm van sparen in Nederland, waarbij het spaarbedrag op een geblokkeerde rekening bij een bank wordt gestort: de bankspaarrekening. Het spaartegoed is pas na een bepaalde tijd en voor bepaalde doelen op te nemen. Bij banksparen maakt de spaarder gebruik van een belastingvoordeel als het spaarbedrag gebruikt wordt voor:
  • aanvulling van een pensioentekort (bancaire lijfrente)
  • aflossing van een hypotheek
  • een uitvaart

Begunstigde

In Nederland zijn bij een verzekeringsovereenkomst vier verschillende partijen betrokken. Naast de verzekeraar zijn dit de verzekerde, verzekeringnemer en uitkeringsgerechtigde (ook wel begunstigde genoemd). De verzekerde, verzekeringnemer en uitkeringsgerechtigde kunnen dezelfde persoon (of rechtspersoon) zijn. Het Burgerlijk Wetboek omschrijft de rechten en plichten van de betrokkenen.

Beleggingsfonds

Een beleggingsfonds is in feite een ‘verzamelpunt’ voor beleggers. Op dat punt komt het geld van alle in het betreffende fonds investerende beleggers samen. Het totaalbedrag wordt het fondsvermogen genoemd. Een beleggingsfonds is vaak een naamloze vennootschap. Beleggers kopen aandelen in deze vennootschap en kopen daarmee indirect aandelen, obligaties, onroerend goed, enz. Het beleggingsfonds ontvangt inkomsten zoals dividend, rente en/of huur, en er zijn waardeschommelingen in de bezittingen van het fonds. Na aftrek van kosten worden de positieve en negatieve resultaten doorgegeven aan de aandeelhouders van het fonds in de vorm van koersschommelingen in het fonds, en meestal ook dividend.

Beleggingsmix

Dit is de samenstelling van verschillende effecten tegelijk. Een beleggingsmix kan uit verschillende categorieën bestaan, zoals aandelen, obligaties, onroerend goed, grondstoffen en bankdeposito’s.

Bereikbaar pensioen

Dit is het totale pensioenbedrag dat u kunt opbouwen in een pensioenregeling. Dat kan alleen als u tot uw pensioenleeftijd meedoet met deze pensioenregeling. Verandert u van baan, dan verandert u meestal ook van pensioenregeling. Uw bereikbare pensioen kan dan anders zijn.

Beschikbare premieregeling

Bij deze pensioenregeling gebruikt uw werkgever per jaar een vast premiebedrag om uw pensioen mee aan te kopen. De hoogte van uw pensioen hangt af van de hoogte van de premie en van de prijzen voor het inkopen van pensioen. Wordt uw premie belegd? Dan hangt de hoogte van uw pensioen af van de resultaten van het beleggen. Andere regelingen zijn bijvoorbeeld ook de eindloonregeling en de middelloonregeling.

Bijzonder partnerpensioen

Hebt u een partnerpensioen op opbouwbasis en u gaat scheiden van uw partner? Dan heeft uw partner recht op een partnerpensioen. Dit heet het bijzonder partnerpensioen. Hij of zij krijgt dit als u overlijdt. Uw pensioenuitvoerder stuurt uw ex-partner een bewijs als hij of zij recht heeft op dit pensioen.

Box 1

n de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001 is box 1 een categorie inkomsten: de inkomsten uit werk en woning.[1] Dit zijn:
  • Loon (dit is een ruim begrip), inclusief voordeel uit een auto van de zaak, eventueel verminderd met reisaftrek (forfaitaire aftrek voor woonwerkverkeer met het openbaar vervoer; volgens de Hoofdlijnennotitie herziening fiscale regime kosten van woon-werkverkeer wordt de reisaftrek met ingang van 2013 afgeschaft).
  • Periodieke uitkeringen en verstrekkingen zoalsHet belastbare voordeel uit vitaliteitssparen (aanhangig)
    • pensioen en uitkeringen werknemersverzekeringen
    • termijnen van bepaalde soorten lijfrente (inclusief uitkeringen uit banksparen), zelfs als de premie hiervoor destijds niet of slechts gedeeltelijk aftrekbaar was
  • Het belastbare voordeel uit vitaliteitssparen (aanhangig)
  • Resultaat uit overige werkzaamheden
  • Winst uit onderneming
  • Negatieve uitgaven voor inkomensvoorziening
  • Voordelen uit eigen woning (art. 3.110 - 3.123a): eigenwoningforfait minus kosten eigen woning, waaronder hypotheekrente, zie hypotheekrenteaftrek; door de "aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld" is het saldo nooit positief (sinds 2006, vanwege de 'Wet Hillen'); ook de voordelen van de speciale vermogensopbouw voor de uiteindelijke aflossing vallen hier in principe onder, maar deze zijn meestal geheel of gedeeltelijk vrijgesteld[2]
verminderd met:
  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals aftrekbare lijfrentepremie (inclusief premie voor banksparen)
  • uitgaven voor vitaliteitssparen (aanhangig)
  • persoonsgebonden aftrek.
Momenteel behoort de vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage van de zorgverzekering door de werkgevers en de uitkerende instanties van de werknemersverzekeringen tot de inkomsten in box 1. [3] De belasting volgens onderstaande tabellen wordt naar beneden afgerond op hele euro's. Bij een negatief inkomen (verlies) uit werk en woning is de te betalen belasting € 0. Op deze belasting plus die over box 2 en box 3 worden nog heffingskortingen toegepast.

Box 2

In de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001 is box 2 een categorie inkomsten: de inkomsten uit aanmerkelijk belang. Als een belastingplichtige meer dan 5% van het geplaatste kapitaal aandelen heeft in een vennootschap, dan spreekt men over een aanmerkelijk belang. Het inkomen uit aanmerkelijk belang bestaat uit twee componenten:
  1. reguliere voordelen, dat wil zeggen dividenden.
  2. vervreemdingswinsten, dat wil zeggen de voordelen die een aanmerkelijkbelanghouder geniet als de aandelen uit zijn vermogen over gaan in dat van een andere. Voorbeelden van een vervreemding zijn: verkoop, ruil en schenking van aandelen maar ook het niet mee doen aan een kapitaalverhoging kan tot een vervreemding leiden. In de latere jurisprudentie is het accent meer komen te liggen op het verschuiven van winstreserves dan op de overdragen van de aandelen.
Belastingplichtigen die zelf geen aanmerkelijk belang hebben, vallen ook onder het aanmerkelijk belang indien een bloed- of aanverwant in de rechte lijn of de partner een aanmerkelijk belang hebben. Volgens artikel 2.12 Inkomstenbelasting 2001, is het tarief gesteld op 25%. In 2007 is het tarief tijdelijk verlaagd tot 22% als compensatie voor de gestegen ziektekosten. Bij een negatief inkomen (verlies) uit aanmerkelijk belang is het tarief € 0. Het verlies kan onder voorwaarden verrekend worden met een positief inkomen in box 2 van een ander jaar, en soms ook met positief inkomen in een andere box.

Box 3

In de Nederlandse Wet inkomstenbelasting 2001 is box 3 een categorie inkomsten: de inkomsten uit sparen en beleggen.

Burgerlijke staat

Burgerlijke staat is de formele positie van een mens in de zin en betekenis van het burgerlijk wetboek. Te onderscheiden vallen huwelijkse staat, partnerregistratie (geregistreerd partnerschap); de zogenaamde wettige dan wel onwettige afstamming; meerder- of minderjarigheid, eventuele ondercuratelestelling, specifieke situaties van voogdij of ouderlijk gezag en nationaliteit. Het opzettelijk onzeker maken van iemands afstamming (onder andere door naamswijziging) en bigamie zijn verduisteringen van burgerlijke staat en daaronder strafbaar gesteld.

Collectief pensioen

Een collectief pensioen is een gezamenlijke pensioenregeling van een werkgever voor werknemers.

De Nederlandsche Bank

De Nederlandsche Bank NV (DNB) is de centrale bank van Nederland en houdt o.a. toezicht op financiële instellingen, zoals pensioenfondsen en verzekeraars.  

Dekkingsgraad

De dekkingsgraad is een (globale) indicator voor de vermogenspositie van een pensioenfonds: hierbij wordt de actuele waarde van de beleggingen gedeeld door de contante waarde van de verplichtingen. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds net genoeg vermogen om de verplichtingen na te komen, boven de 100% beschikt het fonds over buffers. Bij een lager percentage dan 100% is er sprake van onderdekking.

Dividend

Het dividend is de betaling van een onderneming aan haar aandeelhouders. Een onderneming die winst maakt heeft twee mogelijkheden om deze winst aan te wenden. Men kan de winst herinvesteren in het bedrijf of uitkeren aan haar aandeelhouders. Het betalen van dividend heeft een negatief effect op de hoeveelheid kapitaal (eigen vermogen) die de onderneming beschikbaar heeft. Ondernemingen streven naar een stabiel of licht stijgend dividendbedrag. Het is niet ongebruikelijk om bij verlies nog steeds dividend uit te keren uit de reserves. Dividend kan ook in aandelen worden uitgekeerd, dit noemt men dan stockdividend.

Garantiekapitaal

Het garantiekapitaal is het verzekerd bedrag dat u minimaal ontvangt op uw pensioendatum. Dit bedrag is inclusief een vooraf gegarandeerd deel van de toekomstige winst.

Geregistreerd partnerschap

Het geregistreerd partnerschap is een wettelijk erkende en geregelde vorm van samenleving tussen man en vrouw, twee mannen of twee vrouwen.

Gouden handdruk

Een gouden handdruk is de gangbare term voor een ontslagvergoeding. De opbouw bestaat uit een of enkele bruto-jaarsalarissen (afhankelijk van het aantal dienstjaren), aangevuld met een bedrag dat partijen afspreken om imagoschade te compenseren en juridische procedures te vermijden.

Inflatie

Inflatie (letterlijk 'opblazen') kent twee betekenissen. De oorspronkelijke betekenis van inflatie is monetaire inflatie, dit betekent dat de geldhoeveelheid toeneemt. In de loop van de jaren werd met inflatie eigenlijk vooral prijsinflatie bedoeld, wat wil zeggen een stijging van het algemeen prijspeil. Hoewel over de oorzaken van prijsinflatie onder economen verschillend wordt gedacht, wordt vrij algemeen aangenomen dat er een zeker verband bestaat tussen de ontwikkeling van de maatschappelijke geldhoeveelheid en inflatie: inflatie wordt vermoedelijk veroorzaakt door de relatieve toename van de hoeveelheid geld ten opzichte van de aanwezige economische productie. Wanneer de maatschappelijke geldhoeveelheid toeneemt en er geen hogere productie van het land tegenover staat, zal het gemiddeld prijspeil door de toegenomen vraag naar goederen stijgen. Er staat namelijk geen extra productie tegenover. Prijsinflatie kan ook worden veroorzaakt door doorberekening van gestegen productiekosten, gestegen importprijzen en hogere belastingtarieven. Door de prijsstijgingen (prijsinflatie) daalt de (interne) waarde van het geld, de koopkracht van het geld. Voor hetzelfde bedrag kan namelijk minder worden gekocht. Door hoge inflatie zal het vertrouwen van de burgers in hun eigen valuta afnemen. Investeringen voor (buitenlandse) beleggers worden risicovoller. Uiteindelijk zal, als de prijsinflatie te hoog wordt, de centrale bank de rentetarieven verhogen om zodoende de geldcreatie te ontmoedigen.

Inkomstenbelasting

Inkomstenbelasting is een internationaal veel voorkomende belasting op inkomen die door een staat (of een lager overheidsorgaan) wordt geheven van (natuurlijke en rechts-) personen. Voor de bepaling van het inkomen dat aan belasting is onderworpen, wordt veelal onderscheid gemaakt tussen personen die in die staat wonen (inwoners van de staat), dan wel van personen die niet in die staat wonen, maar die daarentegen wel inkomen genieten dat in die staat zijn oorsprong vindt (niet-inwoners van de staat). In Nederland wordt de term inkomstenbelasting specifiek gebruikt voor de rijksbelasting op het inkomen van natuurlijke personen (vanaf het jaar 2001 Wet inkomstenbelasting 2001 en tot die tijd Wet inkomstenbelasting 1964). In Nederland is de rijksoverheid het enige overheidsorgaan dat een inkomstenbelasting heft en volgens de huidige wet mag heffen. Het inkomen van rechtspersonen is in Nederland in de regel onderworpen aan een andere specifieke rijksbelasting, te weten de vennootschapsbelasting (Wet op de vennootschapsbelasting 1969).

Inleggarantie

Hiermee krijgt u op de einddatum minimaal uw totale inleg terug. Ook als de beleggingen minder waard zijn geworden.

Jaarruimte

Als belastingplichtige hebt u, afhankelijk van verschillende factoren, de mogelijkheid om lijfrentepremie af te trekken van uw jaarlijkse belastbaar inkomen.

Koers

De koers is de waarde van de beleggingen in een fonds (of van een aandeel of obligatie).

Koopsompolis

Een koopsompolis is een lijfrenteverzekering waarvan de premie geheel of gedeeltelijk aftrekbaar is/kan zijn voor de inkomstenbelasting.

Langleven risico

Het risico dat iemand langer kan leven dan gemiddeld wordt verwacht.

Levensverzekering

Een levensverzekering is een verzekering die verband houdt met het leven of de dood van de mens, of met de verzorging van de uitvaart van de mens. Een ongevallenverzekering is in de meeste landen géén levensverzekering. Een levensverzekering kan uitkeren bij overlijden van de verzekerde, al dan niet voor een bepaalde datum of juist bij in leven zijn van de verzekerde op een bepaalde datum. Een levensverzekering kan ook een mengvorm van beide zijn, er wordt dan zowel uitgekeerd bij in leven zijn als bij eerder overlijden. Tot slot kan een levensverzekering een periodieke uitkering geven zolang de verzekerde in leven is of juist vanaf het moment dat de verzekerde komt te overlijden.

Lifecycle

Dit is de beleggingsvorm waarbij uw pensioenpremie wordt belegd op basis van uw leeftijd. Hoe dichter u bij uw pensioendatum komt, hoe minder risico u met uw beleggingen loopt.

Lijfrente

Een lijfrente is een bedrag dat periodiek aan een bepaalde begunstigde wordt uitbetaald. Dit bedrag wordt doorgaans uitbetaald uit een lijfrenteverzekering. Deze lijfrenteverzekering wordt voor de uitkering aangekocht door een eenmalige storting of periodieke premiebetaling. De uitkering vindt plaats tijdens een vooraf overeengekomen termijn of levenslang, maar eindigt in ieder geval bij overlijden van de verzekerde. De hoogte van de uitkering is vaak steeds gelijk. Het is ook mogelijk de premie(s) te laten beleggen, waarmee de hoogte van de uitkering afhankelijk is van de beleggingsresultaten. De hoogte van de termijn hangt af van de marktrente op het moment van aankoop, de periode van uitkering, de leeftijd van de verzekerde en begunstigde en de sterftekansen. Een levenslange lijfrenteverzekering verzekert net als een pensioenverzekering het zgn. "langlevenrisico". Deze term doelt erop dat het (ook als men graag lang leeft) een financieel risico kan inhouden: indien men inteert op vermogen kan dit opraken; bij een levenslange lijfrenteverzekering draagt de verzekeraar het financiële risico van lang leven. Wel is het zo dat de uitkeringen vaak niet geïndexeerd zijn, dus inflatie blijft voor de verzekerde/begunstigde een risico.

Looptijd (financiering en belegging)

In de financiering en belegging, een deelgebied van de bedrijfseconomie, is de looptijd van een deposito, obligatie, hypotheek of een ander soortgelijk financieel product de periode in de tijd dat het betreffende product loopt. De looptijd van een obligatie, die op 1 januari 2010 wordt uitgegeven en waarvan de gehele hoofdsom op 1 januari 2015 wordt afgelost, is dus 5 jaar.

Marktrente

De rente zoals deze op een bepaald moment op de financiële markt geldt.

Nabestaandenlijfrente

lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan een natuurlijk persoon en ingaan bij het overlijden van de belastingplichtige, van zijn partner of zijn gewezen partner, waarbij indien de termijnen toekomen aan een van hun bloed- of aanverwanten, niet zijnde de partner of gewezen partner, in de rechte lijn of in de tweede of derde graad van de zijlijn, deze uitsluitend eindigen hetzij bij het overlijden van de gerechtigde hetzij uiterlijk op het tijdstip waarop deze de leeftijd van 30 jaar bereikt.

Onderneming

Een bedrijf is een organisatie van arbeid en kapitaal. Een bedrijf dat gericht is op het maken van winst wordt veelal een onderneming genoemd. Een bedrijf dat tastbare producten maakt wordt ook wel een fabrikant genoemd.

Opbouwfase

Mits een pensioentekort aangetoond kan worden is de betaalde inleg tot een bepaald maximum fiscaal aftrekbaar in box 1 als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Deelname kan met een speciale geblokkeerde spaarrekening (lijfrentespaarrekening) of geblokkeerde beleggingsrekening (lijfrentebeleggingsrecht). De term "lijfrente" wordt hier gebruikt hoewel het geen verzekering is.

Oudedagslijfrente

lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan de belastingplichtige, ingaan uiterlijk in het jaar waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt en uitsluitend eindigen bij zijn overlijden.

Pensioengat

Een tekort in de opbouw van pensioen als gevolg van wisseling van werkgever, echtscheiding, late start van de opbouw, eerder stoppen met werken, tijdelijk part-time werken. Toets of u een pensioengat heeft.

Stamrecht BV

Een stamrecht BV is een besloten vennootschap die een ex-werknemer opricht om belastingheffing uit te stellen over de van zijn voormalige werkgever gekregen ontslagvergoeding waarbij gebruikgemaakt wordt van een Nederlandse fiscale faciliteit, de zogenaamde stamrechtvrijstelling. Volgens de normen van de fiscus kan een stamrecht BV in Nederland gezien worden als een "dekkende levensverzekeraar". Ook via een verzekeraar kan gebruikgemaakt worden van de stamrechtvrijstelling. De (oud-)werknemer heeft dan echter minder zeggenschap over het geld dan wanneer hij het in een eigen BV stopt. Eventueel kan de (oud-)werknemer met de stamrecht BV een eigen bedrijf starten. Ook kan met het geld in de stamrecht BV belegd worden, maar het geld kan bijvoorbeeld ook op een spaarrekening gezet worden. Er is sinds 2010 ook een bankspaarvariant, waarbij met een stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht dezelfde belastingfaciliteiten gelden. Dit kan kosten besparen.

Tijdelijke oudedagslijfrente

Lijfrente waarvan de termijnen toekomen aan de belastingplichtige, een looptijd hebben van ten minste vijf jaar, niet eerder ingaan dan in het jaar waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt en uiterlijk ingaan in het jaar waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt, voor zover het gezamenlijke bedrag aan termijnen van die lijfrenten – beoordeeld naar het tijdstip van premiebetaling – niet meer beloopt dan € 20.953 per jaar (2012).

Uitkering

De uitkering vindt meestal achteraf per maand, kwartaal, half jaar of jaar plaats. De uitkering stopt in principe bij het overlijden van de ontvanger, het resterende bedrag vervalt dan aan de verzekeringsmaatschappij. Ook als een verzekerde overlijdt tijdens de opbouwfase – dus voordat de uitkeringen zijn ingegaan - dan kan het tot dan toe opgebouwde kapitaal helemaal aan de verzekeraar toevallen. Dat is afhankelijk van de voorwaarden bij de polis. Of er bij overlijden - tijdens de op- of afbouwfase - nog een slotuitkering plaatsvindt hangt van de voorwaarden af.

Uitkeringsfase

Het opgebouwde kapitaal wordt aangewend voor een recht op een periodieke uitkering gedurende een bepaalde periode (annuïteit); deze periode hangt niet af van het in leven zijn van de verzekerde: het recht gaat bij overlijden over op de erfgenamen. Over de uitkering dient inkomstenbelasting betaald te worden, deze valt onder de periodieke uitkeringen en verstrekkingen in box 1. Eisen:
  • de eerste termijn wordt uitgekeerd uiterlijk in het kalenderjaar waarin de 70-jarige leeftijd wordt bereikt
  • ingeval de eerste termijn wordt uitgekeerd vóór het kalenderjaar waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt, bedraagt de periode tussen de eerste termijn en de laatste termijn ten minste 20 jaar, vermeerderd met het aantal jaren dat de verzekeringnemer jonger is dan 65 jaar ten tijde van het uitkeren van de eerste termijn (ruwweg: minstens tot 85-jarige leeftijd)
  • ingeval de eerste termijn wordt uitgekeerd na het kalenderjaar waarin de 64-jarige leeftijd wordt bereikt, bedraagt de periode tussen de eerste termijn en de laatste termijn ten minste 5 jaar indien het gezamenlijke bedrag aan termijnen in een kalenderjaar niet meer beloopt dan € 19 761, en ten minste 20 jaar bedraagt indien het gezamenlijke bedrag aan termijnen in een kalenderjaar meer beloopt dan dat bedrag
Net als bij een lijfrenteverzekering bestaat ook bij een lijfrentespaarrekening en een lijfrentebeleggingsrecht het gevaar dat men door een verkeerde berekening van de aftrekruimte een storting zou kunnen doen die niet aftrekbaar is, terwijl de uiteindelijke uitkeringen wel belast zijn. Bij een beperkte afwijking biedt de beperkte saldomethode uitkomst.

Verzekering

Een verzekering of assurantie is een overeenkomst tussen een verzekeringsmaatschappij en een verzekeringnemer. Met een verzekering poogt de verzekerde een risico af te dekken dat hij zelf niet kan of wil dragen.

Verzekeringnemer

In Nederland zijn bij een verzekeringsovereenkomst vier verschillende partijen betrokken. Naast de verzekeraar zijn dit de verzekerde, verzekeringnemer en uitkeringsgerechtigde (ook wel begunstigde genoemd). De verzekerde, verzekeringnemer en uitkeringsgerechtigde kunnen dezelfde persoon (of rechtspersoon) zijn. Het Burgerlijk Wetboek omschrijft de rechten en plichten van de betrokkenen.

Verzekeringsmaatschappij

Een verzekeringsmaatschappij of verzekeraar is een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt. Doorgaans wordt een verzekeraar gedefinieerd als een financiële onderneming die zich tegen het genot van een zeker bedrag (premie) jegens een andere partij (de verzekeringnemer) verbindt tot het doen van één of meer uitkeringen indien een bepaalde onzekerheid zich voordoet.

Verzekeringspremie

De premie is de tegenprestatie van een verzekeringsovereenkomst. De premie wordt doorgaans periodiek voldaan, bijvoorbeeld jaarlijks of maandelijks. Ook kunnen alle premies in één keer worden voldaan. Er is dan sprake van een eenmalige koopsom.